De PKN en de Islamdialoog
Zojuist las ik in de krant het volgende artikel. Met een dikke laag taqiyya willen de Moslims de ‘dialoog’ aangaan met de Christenen. ‘Zoeken naar gemeenschappelijke grond’ noemen ze dat. Immers: zijn we niet allebei een Abrahamitische godsdienst? Geloven we dus niet in dezelfde god?
Ik ken dat soort dialogen. Ik herinner me goed hoe een Moslim mij en een groepje vrienden op straat aansprak. Een vlotte babbel had hij. We raakten in gesprek. Op de één of andere manier had hij gezien dat we kruisjes droegen en al snel kwamen we te spreken over godsdienstige zaken. De dialoog liep uiteindelijk toe op een verzoek om hem geld te geven voor eten, want hij had niets op zak.
In plaats van het te geven, besloten we hem een maaltijd te kopen. Hij stond erop dat hij zélf wilde bestellen. ‘Wat eten en een flesje cola’ had hij gezegd. Enkele minuten later voegde hij zich opnieuw bij ons met wat eten en een blikje bier (dik tegen onze zin – jong en braaf als we waren). Het wisselgeld was overigens ook (na controle) duidelijk minder dan zou moeten zijn. We lieten het maar zijn beloop.
De ‘dialoog’ werd voortgezet. Die aanhalingstekens staan daar, omdat deze dialoog weinig van het ‘over en weer’ had, maar voornamelijk van één kant kwam. Onze beste Moslim, die nogal pochte met zijn geloof (ons echter zojuist had voorgelogen én bestolen!) hield voornamelijk een rede over Palestina met als klap op de vuurpijl dat Jezus een Palestijn was. Die stelling valt bijzonder gemakkelijk onderuit te halen, maar we reageerden er niet al te veel op. Voornamelijk omdat we van die kerel af wilden zijn, stemden we maar met ‘m in.
Goddank volgde het afscheid spoedig daarna: kennelijk was hij van mening dat hij zijn belangrijkste punt had gemaakt. Hij bekrachtigde dit nogmaals met: “Jezus was een Palestijn. Een Palestijn!”
Stichtelijk als ik meende te zijn voegde ik aan zijn stelling toe: “En de zoon van God”
Man! Toen had ik het gedaan! Ons rendez-vous duurde direct weer een kwartier langer. Er volgde een nieuwe monoloog, vuriger nog ditmaal over hoe Maria welliswaar maagdelijk zwanger was maar tóch door een man. Dat God geen zoon heeft en dat Christus de zoon was van mensen alleen. De beste man kwam gevaarlijk dicht in mijn private zone wat niet minder was dan fysieke intimidatie. Een argumentatieve tegenwerping was geen ruimte voor. Lijdzaam hebben we maar zijn sprookje aangehoord en uiteindelijk liet hij ons alleen.
Deze anekdote noem ik, omdat het gedrag van deze man typisch is. We noemen het ‘dialoog’, maar het komt er op neer dat de Moslims hun visie te vuur en te zwaard (zei hij in dit geval verbaal) aan de man willen brengen. Voor andere denkwijzen is geen plaats binnen de Islam. Een dialoog is daarom ondenkbaar!
Dat de PKN en de Christelijke kerk in het algemeen de dialoog aangaat is lovenswaardig tot dien mate dat we goede wil tonen, hoewel ik gezien bovenstaande anekdote twijfel aan het nut. Waar het nooit heen mag gaan is het relativeren van het eigen geloof. Terecht spreekt deze groep prominenten binnen de PKN zich uit tegen deze neiging die wij Westerlingen nogal eens hebben. Cultuurrelativisme is een symptoom van onze zwakheid. En zeker binnen de Kerk die juist zo’n sterk verhaal heeft van schepping en redding zou geen relativering moeten plaatsvinden waar het de bases van het geloof betreft.
About this entry
You’re currently reading “De PKN en de Islamdialoog,” an entry on Discipvlvs’s web-log
- Published:
- 26/08/2009 / 20:09
- Category:
- Geloof en filosofie
No comments yet
Jump to comment form | comments rss [?] | trackback uri [?]