Vastentijd…

Al geruime tijd leven we in de Vastentijd. Een periode van meer dan een maand die de voorbereiding vormt tot het hoogfeest van Pasen… Een periode van 40 dagen (zondagen niet meegerekend), die wordt gekenmerkt door soberheid, inkeer… Voor mij in het bijzonder, gezien ik dit jaar met Pasen belijdenis wil afleggen van mijn geloof…

De vastentijd begint in het Westen traditioneel met As-woensdag. Da’s de woensdag na carnaval. Op As-woensdag worden de blaadjes van de palmtakjes van Palmzondag van het vorige jaar verbrand. Takjes die het gehele jaar (volgens de traditie) in je woonkamer aan het kruis hebben gehangen… Takjes die iedere zonde hebben gezien die je hebt gedaan…

Ze worden verbrand, blaatje voor blaatje… En uiteindelijk word het as op je eigen voorhoofd gesmeerd: een besef van zonde en schuld dat je meedraagt tot aan het kruis op de Goede Vrijdag. De Oud-Katholieke aartsbisschop in Utrecht heeft een mooie tekst geschreven over de spiritualiteit achter het ritueel (http://www.okkn.nl/?b=1441).

Traditiegetrouw spreekt de voorganger ofwel de woorden “Gedenk, mens, dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren” of “bekeert u, en gelooft het evangelie…”

De laatste woorden vielen mij ten deel… Een oproep, een vermaning zo je wilt, om het komende jaar je nóg meer bewust te zijn van de wil die des mensen is: tegen God gericht… Een oproep je te bekeren van je oude wegen… Daarover nadenkend, met in het achterhoofd de spiritualiteit van het palmtakje dat mij iedere dag gezien heeft, in goede, maar ook in slechte dagen, besef ik dat er héél wat is om nog van te bekeren… Heel wat om eens goed over na te denken en om bij Christus aan ‘t kruis te leggen…

In de eredienst op goede vrijdag gaat de traditie van de kerk hierop verder… Terwijl de gemeente opkijkt naar het Kruis waar Christus aan hangt richt God zijn beklag tot de mens… “Wat heb ik u misdaan? Waarom dunkt het jullie goed mij zó te behandelen?”

Ik loop wat vooruit op de zaken als ik het volgende gedicht van Revius kopieer:

‘t En zijn de Joden niet, Heer Jesu, die u kruisten,
Noch die verraderlijk u togen voor ‘t gericht,
Noch die versmadelijk u spogen in ‘t gezicht,
Noch die u knevelden en stieten u vol puisten…

‘t En zijn de krijgslui niet, die met hun felle vuisten
Den rietstok hebben of den hamer opgelicht,
Of het vervloekte hout op Golgotha gesticht,
Of over uwen rok t’saam dobbelden en tuisten.

Ik ben ‘t, o Heer, die u dit heb gedaan,
Ik ben den zwaren boom, die u had overlaân,
Ik ben de taaie streng, waarmee gij ginkt gebonden,

De nagel en de speer, de gesel die u sloeg,
De bloedbedropen kroon, die uwen schedel droeg.
Want dit is al geschied, eilaas! om meine zonden…

Eens we werkelijk beseffen wat wij God hebben aangedaan, hebben Goede vrijdag en de daaruit komende vreugde van Pasen des te meer betekenis.

Ik wens jullie allemaal een goede voorbereiding toe.

Groeten,

Niels…


About this entry